U bevindt zich > home > werkgroep beleid > Parlementaire vraag rond verkeerslichtenbeïnvloeding in Vlaanderen NL   FR   EN
 

Parlementaire vraag aan Vlaams minister Van Brempt

Wanneer "groene golf" voor tram en bus in Vlaanderen?

De laatste jaren werd in Vlaanderen fors geïnvesteerd in apparatuur bestemd voor het beïnvloeden van de verkeersregelinstallaties aan kruispunten ten voordele van tram en bus.

In de praktijk is de genoteerde tijdwinst miniem of zelfs nihil. Op enkele Antwerpse tramlijnen werd zelfs een toename van de gemiddelde rittijd genoteerd. Een uitzondering vormt de kusttramlijn. Soms leidt de verkeerslichtenbeïnvloeding ook tot meer wachttijd voor tram en bus. of moet de tram twee keer stoppen voor verkeerslichten. Typisch voorbeeld is de afslag van tram 21, 22 en 4 aan het kruispunt Gent Martelarenlaan (R40 stadsring) - Groot-Brittanniëlaan. In de Nederlandse en Franse steden, daarentegen, is de "groene golf" voor tram en bus meer regel dan uitzondering.

Vlaams parlementslid Eloi Glorieux had oren naar deze REBO-vaststellingen en vroeg daarom Vlaams minister van mobiliteit Kathleen Van Brempt op 6 februari 2009 om tekst en uitleg.

De Vlaamse minister van mobiliteit antwoordde:

  1. Dat plannen voor de verkeersregelinstallaties worden opgemaakt bij het Agentschap Wegen en Verkeer. Het contract voor de bevelposten is toegekend aan Siemens. Hier staan ook mensen in voor de programmering en de hardware. Jaarlijks wordt ca. 5 miljoen € besteed aan apparatuur, plaatsing en onderhoud.

  2. Voor elke installatie was er overleg met de provinciale mobiliteitsambtenaren. Zij zorgen er voor dat de haltes zo ver mogelijk voorbij het kruispunt worden aangelegd, zij bepalen de voorrang bij kruisende lijnen, enz. De Lijn is slechts één van de belanghebbende partijen. In het algemeen wordt rekening gehouden met het STOP-principe en dus met de verkeersafwikkeling in zijn geheel, en met in volgorde van belang: S (stappers), T (trappers), O (openbaar vervoer) en tenslotte P (privaat vervoer). Een goede regeling laat al die verkeersmodi zoveel mogelijk samen met een maximale veiligheid verlopen.

  3. Enkele jaren geleden zijn een aantal kruispunten geëvalueerd met loggingtoestellen in de bevelposten. Deze registreren automatisch doorgangstijden van het openbaar vervoer nabij de verkeerslichten. Op basis van de in- en uitmeldingen zowel met als zonder beïnvloeding, kon het resultaat van de beïnvloeding beoordeeld worden. Daaruit bleek dat er op de meeste kruispunten een belangrijke tijdwinst werd gerealiseerd. Naast de loggings zijn er ook de evaluaties en feedback op het terrein van de chauffeurs en andere gebruikers. Op grond van die waarnemingen worden de installaties bijgestuurd.

Bovendien worden nog initiatieven opgestart:

  • Netwerkaansturing: is een veelbelovende versie van een globale aansturing die vroeger heeft bestaan in een aantal steden. De eerste proefresultaten laten vermoeden dat zij een belangrijke winst aan doorstroming voor het openbaar vervoer kunnen combineren met doorstromingswinst voor het andere verkeer.
  • Samenwerking met het Nederlandse “Groene Golf Team”. Hierdoor kunnen de Nederlandse en de Vlaamse expertise en ervaring samengevoegd worden ten voordele van een optimale doorstroming van alle weggebruikers.

Volledige vraag en antwoord leest u in de "schriftelijke vragen" van het Vlaams parlement, vraag nr. 167 van 6 februari 2009.